23°
hulpvaardigheid en vriendelijkheid voor iederen buur. Zij hield van het bandelooze óm het bandeloozel Tucht bracht haar bloed aan het koken! Ze duldde van niemand inknellingen en een beslag-legging op haar vrije wezen, omdat zij zich ieder uur van den dag moest kunnen keeren en wenden waarheen ze zélf wilde.
En daar, op die schitterende bühne, had ze alleen de paar avondkwartieren rond te slenteren in een roes en kon ze tegen alle avonturen van het nachtleven ópbotsen. Daar hunkerde en smachtte ze juist naar! Eigenlijk naar niets anders dan naar het onverwachte en plotselinge avontuur, waarin ze meegesleept werd en toch een rol speelde. Naar hét... hét avontuur, het onbekende avontuur! Wat dat was? Ze wist het zelve niet en toch joeg het 41 haar verlangende zinnen en heel haar brandend verbeelden óp. Het zou alle armzaligheid van haar weglichten. Het zou geheimzinnig op haar afsluieren als een soort be-zwijmings-gevoel. En het zou haar angstig-gelukkig overrompelen, als gemaskeerde mannen, op een bioscoopdoek, het rijke en mooie vrouwen deden. Hoe zooiets romantisch en mals haar ooit in Amsterdam kon te beurt vallen, begreep ze zelve niet, maar dat vrat nog sterker haar onrust en prikkelde nog heviger haar nieuwsgierigheid. Ze moest stoutmoedig geroofd en om haar moest gevochten worden. Maar zij moest bóven alles uit, de baas blijven en het mocht nooit anders afloopen dan zij het zich gedroomd had. En ieder moest zijn rol worden toebedeeld zooals zij dat verlangde. Mooie Karei zou alles mogen doen. Ze hoefden toch niet alleen in Amsterdam te blijven? Als hij maar vlug, elegant bleef, en moedig en alles durvend als een echte vechter! Toch,... geen moord en doodslag, en naar voorspellingen zou ze nooit luisteren, want daar beefde ze van.
En ze verloor zich in de zelf-gefokte ontroeringen en ze dacht dat al haar visioenen op stel en sprong zich zóó in het gewoon en dagelijksch leven konden verwerkelijken, ... als het... hét... hét avontuur maar óp