»7
En ze spotte bijtend dat Rooie Stien ook altijd zulke gebbetjes maakte als ze dronken was, maar dat ze haar niet moesten ״voeren". Dan moest ze maar voor een nacht in de bazar slapen inplaats van in de Sint Janstraat.
— Es kijke of je dat ademende lijk dan óók hoort!... gierde Jo en weer rilde Corry hevig over heel haar wezen.
Maar Jopie hield vol dat ze, doódnuchter, altijd dat gezelschap kreeg, dat zwaar-zuchtende en ademende schepsel, zonder ooit iemand te zien.
Corry verlangde dringender nog naar Harry en ze wou de meiden niet laten zien hoe ze te bibberen stond om het nare verhaal van dronken Jopie.
Toen Jopie begon bij te trekken, stapten ze van het al koelere plaatsje weer de zaal in.
— Wanneer trouw jij Corry?... schertste Jo plotseling.
— As de raape hoog staan!... antwoordde ze rad en lachend.
In het lokaal gingen Jo en Corry naast de weer oplevende Jopie zitten. Haar zus, een buffetjuffrouw, liet haar door een kellner een brokje eten brengen en traag begon ze weer de ontlaste maag te vullen.
Toen vertelde ze stiekem Corry dat ze nog nooit met een man was meegeweest, al sloeg ze ook nóg zooveel branie met de tong en al deed ze het voorkomen alsof ze wel tien minnaars tegelijk bevredigde. Niemand geloofde haar, huilde ze naar Corry toe, dat ze een fatsoenlijke meid was en daarom werkte Madame met dat smerige drinkgoed altijd naar haar kant uit, om haar fatsoen er ónder te krijgen. En weer bevestigde ze klemmend dat ze zich nog nooit zoo een gemeenen Nes-zwabber had gegeven en dat ze haar leven lang niets met mannen te maken wilde hebben. Corry lachte verborgen om het eeu-
Voeren: voor den gek houden. — Bazar: politiebureau.
15'