221
nog zes flesschen en niet een smak op het buffet dreigde hij:
— Da's de laaste droppel!... In heel de Nes geen flesch, geen spaander meer!
Madame had hem wel willen zoenen en stopte hem een schutter in de hand.
- — Nee,... geen bier ... ik mot huppelwater!... Tjonge, kijk de Baron, staat in se bangmaikertje!... De rimpels op zijn laag voorhoofd plooiden inéén als diepe, zwarte en glimmende naden.
Madame Maas bracht den woedenden baron met mal-schen glimlach de opgescharrelde restantjes, erbij voegende, smeiglend, dat er nu in heel de Nes geen druppel champagne meer te krijgen was. Haar paardenlijf schommelde door de menschen heen en haar kortvette armpjes wezen naar de straat.
— Vraag 't wie je wil Beron!...
De glanzende tanden van den neger lachten blank in den lachmond. Ook zijn meester begreep en groette de dobberend-zwaarlijvige ^Madame! met spottende saluut-gebaartjes.
— We drinken de laatste droppel van de Nes!... joelde Willy om den hals van den reus hangend.
— De laatste druppel,... lachte de baron en wankelend stond hij weer overeind, morsend op de zij van zijn rok-lapellen.
— De laatste droppel!...
— De laatste droppel van de Nes! ...
Het raasde en joedelde rond in al stemmen en toonaarden. Joden Jet grijnsde en zong mee, stomdronken van al de champagne. De lichaamsvormen der vrouwen en de pronkkleuren hunner japonnen leken een chaotisch kluwen. Ze rengelden, stoeiden en hingen bezwijmd en lallend over elkaar heen.
Hedwig, Mooie Jo en Willy probeerden eenige tafel-
Bangmakertje; jasje.