217
En hij zonk machteloos tegen zijn neger aan.
— Hortsik... hortsik!... joeg de blonde reus op en heel de bende omzong den waggelend-hangenden baron met het opjagende refrein:
— Hortsik!... hortsik!... voor de kaantjesbraaier!
— Hij is laveloos,... zuchtte Madame Maas.
Ze huilde inwendig van woede dat de baron nou weer de piano bemorste; ze vroeg zich wrevelig af waarom iemand van zulke krankzinnige balddadigheid niet onder curateele gesteld werd. Maar haar liefste lachje smei-gelde ze toch naar den dronken Champagne-Baron toe, al was dat nu net de eenige klant in haar etablissement voor wien ze comedie speelde. De neger had zijn heer weer doodomzichtig op een stoel neergezet. Die pruttelde onrustig...
— Stars and stripers for ever ... Madame ... non ... non...
Zijn bovenlijf schommelde en hij zoog met vier halen een tengere cigaret op.
— Ik zie geen ... Imperial... demi-sec!... Nee Madame ... dan ken je me niet... dat is ... nom d'une pipe ... dat is ... slappe Pedro ... Ximener ... met Talma door elkaar ...
Hij lalde en zijn neger smeekte hij, den pianist te vragen de wals Brune et Blonde te spelen. Hij zong, struikelde over maat en tong, en plots rees hij rechtstandig onder de oogen van zijn neger op en beval woedend en doldriftig:
— Brurte et Blonde!... Brune et Blonde!
Toen zonk hij weer gek lachend en machteloos in elkaar. Maar de gasten, met den blonden aanvoerder voorop, schreeuwden en brulden naar den pianist:
— Eerst Brune et Blonde!
De koortsige warmte broeide door de dampige zaal. De vette pianist bonkte en de viool kraste en jammerde. Het licht te allen kant golfde heet van het geschilderd plafond en de luidruchtige dronkemanswoeligheid der