au
verstikt geluid. Een roetachtige geur dampte van de bühne naar de zaal; een lucht van brandend hout. Madame Maas keek ontzet... De oudste kellner stelde gerust, ... het gloeiend glas van de stukgeschoten schijnwerpers had gesmeuld tegen beschot en estrade.
De baron mikte weer op het laatst-overgebleven reflectorlampje, maar de hand beefde vreeselijk. Zijn arm zwabberde af naar den hoek van Joden Jet, die gilde van angst. Dadelijk sprong de blonde reus bij en ontwrong den baron het pistool. De neger, die schuw het zandfijne wit van zijn oogleden wreef, deed alsof hij niets zag, terwijl zijn Moorenkop schichtig grinnikte van blijdschap dat een vermetele zijn baas aandurfde. De baron liet zich koker en proppenschieter slapjes ontnemen en Madame Maas zoende in vervoering den blonde, dat hij eindelijk zélf het gevaar inzag en de vernieling tegen ging. Maar plotseling ontwaakte de baron uit zijn dronken indommeling en keek hij strak als een slaapwandelaar.
— Je suis ... des ... désarmé ... nom d'une pipel...
En hij wenkte zijn neger, die met de sneeuwbui op zijn kroeskop ingebukt-eerbiedig voor hem kwam staan. De blonde reus keek in spanning. Hij wist dat al zijn vrienden hem helpen en bij één woord zich op neger en baron werpen zouden. Mevrouw Maas voelde instinctief de situaties. Ze gingen den vent aan mootjes hakken. Geen glas was er bijna meer heel!... De politie in huis... ze rilde. En weer besmeigelde ze den baron met lieve woordjes, dat hij zich kalm zou houden. Ze zag,... hij treuzelde,... godlof.
Snauwend richtte zijn stem zich naar den neger, die opsprong alsof iemand hem een bajonet de ribben had ingestooten. Hij moest zich wasschen, zijn livrei reinigen en buiten ״volk opduiken",... beval streng de baron.
Na een kwartier kwam de neger met een straatzanger terug. Het was een vervuilde steegzwerver met schuw-woeste, groene oogen. De neger stootte hem in het heete lawaai van de zaal en onder het schelle licht leek hij een
14•