210
— Zoo'n taartebak!... gierden de vrouwen en Whiskey Soda stikte van den lach, liefjes tegen Greta Fucht aan-steunend.
De neger grijnsde en slikte en zijn zwarte tronie bleef bij vlekken donker glimmen onder het pierot-achtige masker, waarin de gloeiduistere oogen hulpbehoevend rondkeken.
— Uncle Joshua!... zette de blonde reus weer in en het daverde ״tonnerres" en „Feu de Joie's" over en weer.
In de nachtkroég... mot je wese, In de nachtkroég... mot je sijn Daar staat op de deur geschreve...
— Zwijg meid!... vloekte giftig Madame Maas naar Clara, die plotseling met haar lied ordinair was uitgeschoten.
— Wat? ... schaterde ze terug in woeste vreugde. Ma» dame Maas duwde dronken Clara op het plaatsje en kwam weer lieftallig-lachend naar haar baron toe. Al de bezoekers raasden en lachten om de mallotige gelaats-ver-wringingen van den witten neger, die slikte en likte de poeder van zijn kroeskop, zonder dat hij, op een wenk van zijn heer, een hand mocht roeren om zich te beredderen.
Zacht waggelend stond de baron overeind, met een glas in de hand en klankloos speechte hij:
— Vilain nêgre ... Je bois ... je bois ta santé ... Et... et... vous ... Madame Maas ...
— Waterverf!... schoot schaterend Dikke Anna uit, de stem van Manus bedriegelijk nabootsend.
— Et vous,... vervolgde doodbedaard de baron,... vous Madame,... vous êtes... une cochonne... Et vous,... vous tous mesdames ... vous êtes des rosses ... des canailles!
En ademloos zonk de hoffelijke Champagne-Baron weer op zijn stoel, terwijl zijn borst narochelde, een