so8
lijst en de plafond-schildering... neen, dié mocht hij niet genaken, want dan zou ze hemzélf eruit trappen, al was hij tienmaal de Champagne-Baron.
De baron laadde uit een grooten koker met grinnekend genoegen telkens opnieuw zijn pistool-proppenschieter en mikte nu op de reflector-lampjes, de bühne-schijnwerpers onder de estrade. Niemand vreesde meer voor zijn zeker schot en bij iedere nieuwe vernieling dansten en gilden de heeren en dames van opgewonden pret, dreunden en stampten voeten op den zanderigen vloer.
— Bij Barend Janse... gonge se danse,... lachte Manus naar den neger, die op bevel van zijn heer een ge-fingeerden messendans op de teenpunten moest uitzwieren.
Lange Go, op haar goud-satijnen muiltjes, klakte de woest-ópjagende dansmaat mee en kraaide, bóven de muziek, het negergezang en den gonzenden lachjool der gasten, als een lévende haan het morgenuur aan. In den kijkkring om den nikker klonk een oorverscheurend nagekraai van half-bezwijmde haantjes, terwijl Lange Go als een échte kraai er er hóóg bovenuit zong: Kuke ... luü ... kuü!...
— Hoeveelste hebben we vandaag? ... vroeg de baron, onnoozel lachend naar Manus.
— De vijf-en vijftigste edelachtbare... ironiseerde Manus.
— Kan niet,... lachte de baron dronken.
— Alles kan,... a je maar goed telt,... spotte Manus door.
— Verveel jij je ... Bochel? ... informeerde zich de schutter.
— Sal 'k u segge, grootmogende,... de tijë verandere;... de maande binne vroeger nooit soo lang geweest!
— Héél goed... grinnikte de baron,... maar waarom ... draag... jij geen hoogzij?
— Hoog-sijt-gij?... merci!!... Onder 'n hooge hoed...