iga
— Wir sind geschiedne Leute, jetztl... predikte hij en weer galmden al de gasten mee:
— Geschiedne Leute sind wir jetzt!...
— Ik drink alzoo op allen die de veertig haalden!
Hij lachte schelms, de reus en neigde als een hellende boom. Niemand klonk mee.
— Si par hasard...
—■ Wég met de Franschen!... Leve vader Cats!... joolde een student.
De blonde lachte snaaks.
— Geen veertig-jarigen hier? ... Dan drink ik op die de dertig haalden!
Weer bleven de glazen zonder getinkel, roereloos in de uitgestrekte vuifhanden.
— Dan op de twintig-jarigen en hun duivels-roes!
— Hoera!... hoera!... gloria!... zongen de heeren en zangeressen dooreen en allen rekten zich op de teenen om te klinken met den lobbes.
— Leve 't orchest Napolitain!
— Hoera-gloria!... hiep!... hiep !
—■ Leve Raphaello Romagvano!... onze violist!
— Touar parlo fino!... flapte de flanel-ridder er uit.
Met een loggen sprong viel de blonde in honderd uitgestrekte armen dreunend op den grond. Van eiken kant werd om muziek geschreeuwd.
— Een serenade k La moulin de la Foret Noire,... piepte met een hoog stemmetje de Indische Nabob. De maintenee Fucht sprong plots bij en zong van de ״Hap-pies days in Dixie". Whiskey Soda voelde een tinteling in de beenen en begon, de rokken hoog opgetrokken, een zwierigen dans alleen in de ruimte, onder het licht-gegloei en den geur der dranken. Maar de violist, van al de gekregen en gekochte biertjes versuft, streek tegen-maats en warde zijn gekke gedachten in het walstempo. Toen stond Whiskey Soda plotseling stil. Ze was er tiit-ge-speeld. Het roodblonde kapsel, van juweelen omfonkeld, lei scheef-gezakt over het mooi-koele gezicht en ze glim-