igr
zwaar aangeschoten ingezwaaid waren. Toen de reus na herhaalde misstappen eindelijk goed en wel op het marmeren tafeltje stond, begonnen zijn vrienden hem de lakschoenen met champagne- en bierrestjes te poetsen, bloemen om zijn broekspijpen te binden en een wijnkelken-muziek tusschen de voeten aan te rinkelen. Eindelijk stomde het geroezemoes.
— Geef nog 'n knallertje!... riep fijntjes het baron-nesje, terwijl ze de spichtige nageltjes, rose gepolijst, opwreef.
— Als je hier komt lunchel
— Geen kans,... lachte ze en vlinderde vlug weg naar Willy.
Toen begon de blonde vroolijkert onder een schermut-selend-amicaal dialoogje met de studenten en de autoridders gelijkvloers, te speechen op de gezondheid van Madame...
— Deze ... eerbare Maas ... alleen overvaren ... door de sleepboot des hu-we-lijks ...
— Hoch!... hoch!... schreeuwde er een tusschendoor.
De blonde keek van zijn hoogte wild verontwaardigd.
— Deze vrouw,... oreerde hij,... is zoowel een brandnetel ... als ... als ... een roos ...
— Van Dekema!
— Ze... ze... besteelt ons nooit! lachte hij dubbelzinnig. ... Ze heeft haar spaarpot voor ons ... Drink ... klink ... Hoch!
— Hoch!... Madame Maas, hoch ... hoch!
De glazen rinkelden driftig. Maggy zwijmde half bewusteloos tusschen twee jonge mannen en lalde een two-step-wijze.
— Hoch!... hoch!... herhaalde de blonde reus weer en waggelde zacht-hellend op het tafeltje en toen plots, in zwaren melancholie-toon:
— O, hilf mir Allah!
— Allah... Allah!... hilf mir!... brulden de omstanders.