i8g
— Uncle Joshua!... zongen de auto-heeren bij de deur.
— Niet vechten in de frontloge!... schreeuwde de heer in het flanel en de club van den blonden reus hielp mee en galmde weer:
— Feu de Joie... tonnerre!... in galop-dreun: voortvoort-voort!
— Een luis in de meelzaak!... gierde de reus, wijzend naar het bestorven gezicht van Van Dommelen. Trots en hoogmoedig schertste hij door, tegen het lawaai en geroep in.
— Steek jij maar je borst op!... joolde hij voort,... want 'n kop heb je tóch niet!
Madame Maas voelde dat de heeren haar gezag ontgroeiden. Daarom begon ze te temperen en te sussen en dadelijk knalde er een nieuwe bestelling los om tien fles-schen champie.
Corry verlustigde zich in de gekke en lekkere kwajongensstreken van den blonden lobbes met zijn goeiigen hondenkop, al stak hij al dreigender de baldadigheidslont onder de bende aan. Dat liep nooit goed af, voorspelde Joden Jet terwijl ze de heete opwindingskleur op Corry's gezicht een tooverij van mooiheid vond.
Naast den blank-wulpschen kop van Dikke Anna zat Dora, die op een kort-bevelenden wenk van Van Dommelen naar de bühne, opstond en zeurderig een minneliedje begon te zingen. Haar gele, magere armen staken uit onder de korte mouwen van haar wittullen kleedje en haar misvormde schedel leek scheever dan ooit. De zwaar-geblankette neus schemerde hevig rood-paars door de kalkerij heen en haar stem klonk als een kaduke gram-mophoon. Onder ophitsing van den blonden lacher floten en brulden de kerels uit de bende haar wég.
— Dora's schönheit rührt mich nicht!... riep hij lachend naar de bühne.
— Kein spott, bitte,... smeekte Hedwig, die zag hoe ellendig gekrenkt zich Dora onder den mannensmaad voelde.