82
telijk welwillend. Ze kende ook iedere Nesmeid in alle hoedanigheden. Ook met haar ״chanteuses" sprong ze om als een hoogst-zorgzame en hoogst-eerbare moeder. Ze hield er heelemaal niet van de driften en hartstochten der menschen afzonderlijk te ontleden en ieder naar eigen aard te behandelen. Madame Maas teerde alleen op overoude beginselen en daarom verkeerde ze met alle soorten van schepselen op precies-gelijke wijze. Kort en bondig, snel afdoend, zonder praatjes te maken of toe te laten, resoluut, overbluffend en zonder weerspraak te dulden noch te verwachten. Lasterende kwaadwillers mompelden wel dat Madame Maas de „meisjes" liederlijk bedroog en exploiteerde; dat ze een gemeene woekeraarster was; dat ze onder schijn-hartelijkheid listig geweld verborgen hield, de vrouwen overleverde aan rijke wellustelingen, zoo goed als Joden Jet; als maar nooit een schotschriftenkerel er achter kwam. Maar die babbel-zwendelaars waren zélf menschen zonder „beginselen", meende Madame Maas, die uit puren nijd haar ondergang wilden. Hoog van gestalte, had ze den omvang van een bierbrouwerspaard en ze stond even resoluut en vierkant op haar hielen als haar woorden op haar fatsoen. Boven haar geweldig uitgegroeid lichaam stond een klein, keurig gekapt hoofd. Ze keek uit heel kleine, grijs-glinsterende oogjes en ze hoorde met heel kleine, cierlijk-gebogen oortjes. Het contrast tusschen het koket-kleine hoofd en het paard-zware, in vet omspannen lichaam, lokte bij eerste ontmoeting den lach uit, vooral wanneer Madame zich druk bewoog, de kwabbige korte armen potsierlijk liet zwaaien over de slanke karafjes en het volumineus garnituur van haar paarszijden blouse driftig-glinsterend begon te leven op haar hijgenden boezem.
Maar het hoofdje op zichzelf, met het vriendelijke gezicht, leek in zijn lenige losheid van het logge lijf afgezonderd te staan. Romp en kop waren twee aparte werelden. Het was alsof in het geweldige hooge lichaam nog een ander wezen leefde, slank, gemakkelijk en rustig,