i8o
afleveren als maagd en als geroutineerde en ze zou, onder een fijn-sluw bedrog door Jet geholpen, op verschillende plaatsen, in één week, met haar bijstand, sommen inpalmen. Maar de meid luisterde nooit, snauwde en trapte alleen. En van lust-in-kerels had ze nou nog nimmer in die jonge vrouw iets gemerkt. De zaal was nog leeg. Het helle gaslicht van de kroonarmen danste een schellen, dampigen gloed over de hooge wandspiegels. Langs de marmeren tafeltjes gliste gefonkel en de koperen randen spatten fijnen vonkenregen rond. Bij den ingang flonkerde het rijke buffet onder een kristallen luchter die het gebroken licht neerdruppelde in trillend-groene, roode en oranje-violette droppels. Over de geslepen karaffen, gekleurde bokalen en fluitroemers tintelde het uitêén-gespatte vuur van een regenboog en een groen vermil-lioen kroop langs zuilenglas naar een plafond-schildering, waar het in lijstengoud opgezogen werd. Een branderige geur van cigaretten zwoelde van het buffet tot aan de estrade waarop de vrouwen in wijden kring saam-zatén. Voor hun voeten gloeiden op den grond een rij schei-vlammende reflectorlampjes die al het licht over de ont-bloote gestalten terugwierpen. Als een stoet mantel-glinsterend-gewiekte tooneelnimphen leken de zangeressen betooverd en gevangen op hun zetels onder den uit-brekenden gloed der glanswerpers.
Een vlinderende couleurenpraal sproeide vurig getintel van de japonnen en cierselen over de bühne, en de vrouwen genoten ijdel in hun opera-achtigen opschik en mis-en-scène־weelde. Al het oplegwerk van de kleedkamers kwaim nu, onder de schijnwerpers, tot fonkelend of matglanzend leven. Armbanden omsloten de valsche kanten; de roze en witte zij zilverde en wiegde van tinten. Reiger-blauwe vederbosjes in het haar onder dwarskammen met goud omstikt, pluimden op rijk kapsel. Lien's brocaat-satijn schoot licht over strookjes en strikjes. Willy's parelen schenen als lichtende schelpen op haar blanken boezem. Met naar voor- en achter-wegspringende plooitjes-