173
d&delijk na te doen. Eindelijk hoorde ze Joden Jet en ongeduldig stompte ze haar opzij. Jopie, de vroegere kellnerin, die pas met dikke Anna had gevochten, sprong plotseling op Jet's rug met zulk een vaart, dat haar stroo-hoedje over haar grauwe tronie schoot. Struikelend viel Jet op den grond, en botste tegen een troepje vrouwen aan. In wreed-ruw spel werd toen over haar heengeloopen door de gouden muiltjes en punthakken. Met een gil en een lach betrapten de vrouwen Jet's handen, beenen en armen. De koppelaarster kreunde van pijn, maar niemand hielp haar overeind. Ze vloekte met vreeselijke grijnzingen en de zwarte wallen onder haar schichtige oogen zwollen blauw op. Heel haar grauw gezicht lei achteruit op den smerigen vloer, schrikwekkend van machtelooze drift, terwijl haar hoed naast haar zwabberde, vast aan de losgewoelde pruik. Lachend bleven de vrouwen haar overtrappen tot ze er genoeg van hadden. Toen scharrelde Jet, half bezwijmd en vol stof overeind, de vuist dreigend naar Jopie toegekeerd die haar zoo woest besprongen had.
Jopie, onbevreesd, stond Joden Jet met een aangegloeide friseertang in strijdstand af te wachten. Jet aarzelde en hijgde. Ze zou het dat felle ding wel eens op een andere wijze inpeperen. Ze hield zich liever koest; de del zou haar de oogen uitschroeien in haar giftigheid. Dora, een magere meid met misvormden schedel en een knobbelige hersenpan, kon maar niet haar rooden drankneus wit krijgen. Een handvol Crème Simon smeerde ze er op uit, met een stillend zeepje gemengd, maar haar gevel bleef paars kleuren op den scheeven kop.
— n' Handje droog rood? ... vroeg Jo,... wie heb? Corry ging het halen bij Truus die op den spiegelrand en het aanrecht vingervlug rondgreep in een uitstalling van schmink-staafjes, geur-doozen, flacons en kaptangen. De Duitsche Hedwig vloekte en braakte gemeene woorden uit tegen Lien, omdat deze iets minachtends van haar vrind gezegd had.