IÖ2
schrik. Hij zou het maar over de boert gooien, om er de zenuwachtige spanning bij de meid uit te werken. Nou ging hij zoeken, beweerde hij zuurzoet-goedaardig, onder het groene lommer bij juffrouw Isis en mamsel Osteris ... en nou gong hij het ״report" zoeken „mit s'n hande tege haar borst,... en as se nou geen kromming in d'r wervelkolom voelde, as hij... as hij",...
— Bochel, neé!... géén gebbetjes!... stoof Corry op, toen ze zag dat hij den ernst breken ging.
Corry wou, woü de beteekenis van de onthullende kaart.
— Toé nou!
Manus schrok van haar hevigen drang en klem. Zacht zei hij:
— Je onteert je vader en je moeder...
Corry vloekte, sprong óp, beefde en lachte verwrongen-wild.
— Nou,... tartte Manus nu,... ik docht:... alles ging an je linkersool?
— Ga deur!
Manus trok weer zijn plechtigste gezicht en roerde de kaarten.
— As ... as ... drie heere om 't honk draafe,... beweerde Manus schijn-plechtig,... krijg je temeé pelisie-
sake!
— Da sien ik in 'n swenk,... beaamde Corry streng.
— Maar... kan ook ... da je ... dè je ... in druk ge-poekel komp mit hooggeplaatste pirsone,... in uniform ... Nee,... waterverf!... 't gaan de kant na de drie boere op...
— Drie? ... aarzelde Corry's stem bang.
— Soo besturreve as je d'r knijst... Is 't soo alle-machies verschrikkelijk?
Manus lei de kaarten om en om in rijtjes en ademloos bleef Corry in spanning zijn handen, van voorspellende tooverij vol, bespieden.
Knijst: uitziet.