57
— Jij komp slecht af... Ik seg maar... waterverf!
— Hoor hij!
— Waterverf,... ging Manus sarcastisch-koel door,... waterverf,... dun spoelsel bin je!... jou heéle levetje!
— Neem je eige schippersjassie in de maling, knorrepot! ... maar nie mijn!... snauwde Corry weer.
— Nee gummislang,... ik mot joü!
Corry raakte over haar gekrenktheid heen, werd al oplettender. Waarom zei die leelijke bochel haar zulke beroerde dingen? Die kokosvellen-kop,... moest hij haar deuken? Kom, ze zou haar nieuwe jasje aantrekken en het spelletje spelen van jonge-jonge-wat-is-de-lucht-blauwl
Ze draaide bij, met innemende lachjes en wichtige belangstelling. Maar Manus bleef ironisch-scherp en kwetsend van stem onder zijn gerook.
— M6 je ies bij Jet... 't Vak leere?
— Ga nou gauw door!... schoot ze weer woest uit. Haar woorden, neen, die hoorde Manus bijna niet; want wat échter haar oogen woelde en niet zichtbaar was, dat moest hij raken en naar voren trekken.
— Tóch lijkt se je.
— Mïjn?
— Al kè j'r nie luchtel
— Ikke?
Corry schoot niet op. Ze antwoordde telkens met één woordje, alsof ze lijm aan haar lippen had kleven. Dat eéne opengesperde groene oog van den doodbedaarden Bochel bracht haar in felle, schaamtevolle verwarring.
— Je snakt na danse, suipe, springe... hè?
— Ikke? ... ikke? ... herhaalde Corry, giftig stampend dat ze niet verder kon komen.
— Waterverf!... beet Manus er smadelijk uit,... waterverf,... niks waard, je héél gedoente!
— Och stik!
— Huppla honny bles!... se moste jou... de heele dag lappies late pluise... en bidde.
Corry wist niet of ze beleedigd of bespot werd. Dat