132
van haar ontroerd verlangen het besef leven dat ze wou schenden... niets dan schénden. Toen inéén weer de gedachte aan Sette, drie jaar terug, en weer zei ze zichzelf:... Oppassen Jet! oppassen!
Sette had ze indertijd ook van den trein gehaald en meegelokt. Die had ze dronken gevoerd en aangerand... en de zaak was zoo ellendig afgeloopen. Ja, ״geplaatst" had ze haar gauw genoeg. Als een gekkin had Sette gegild. Lou had haar half moeten smoren. Ze was niet meer bij weet geraakt voor en aleer ze in het bordeel zat, in een rijke garnizoensplaats. En toen werd ze bewaakt. Tóch was alles uitgelekt. De meid had een kind gekregen... en het gewurgd. Ze had het cliënten verteld. De politie was ingesprongen en Sette bekende. Toen had het schepsel haar aangewezen als werfster. Twee jaar in het - rooie dorp... mocht Jet nadenken over haar wandaad.
Aafje was plotseling uit haar indommeling ontwaakt en begon heel zacht te huilen. Flemend schoot Jet naar de deern toe.
— Ga jij nou fijn ... bóve... op mijn bedje ... 'n uurtje maffe...
— Goe ... goed ... juffrouw.
— Doodstil.
Aafje wou knikken dat het best was, maar kon geen beweging meer maken.
— Geen kip ziet en hoort je... Lekker,... op het bed van tante Jet.
Aafje probeerde op te staan, maar de werfster moest haar helpen en ondersteunen. Jet wou nu alles op één teerling plaatsen. De jachtende gedachten, dat ze met haar telegrammen te laat zou komen, sterkten haar schriele wezen om de forsche meid óp te slepen naar de „zelon".
Tsja,... dan kon het manmotje in den nacht nog het huis uit. Dan moesten ze van de „plaats" maar wat pootig volk sturen, om het kindje te transporteeren. En Lou zou