131
spoedig vinden van een betrekking te klinken en Aafje wist niet meer of ze huilen, dansen, lachen of zingen wou.
— Juf... juf... frouw... stotterde ze weer van de gezwollen tong.
— Zeg maar tante Jet, kippetje.
— Goed ... juf ... frouw ...
Haar keel gloeide zoo hevig... of de juffrouw een beetje water voor haar had.
Met lieve bereidwilligheid schonk Jet het meisje water, terwijl ze zag dat het kind zich niet meer van de plaats bewegen kon.
— Och... och ... kermde Aafje weer,... wat... wat... vader... Jezus!... z'n horre ... losié!
— Sjhat niks ... lieve mokkel... Je vader,... die komp je nog fijn opzoeke... as je ... as je eenmaal 'n plaas heb.
Aafje kon bijna niet meer spreken. Ze was bevangen door den troebelen drank. Jet zag haar duizelig-bang kijken, zonder het geringste vermoeden meer van haar toestand. Jet grinnikte. Hoe zou ze het marmotje nou naar boven hijschen? Drie, drie telegrammen moest ze verzenden, met antwoord betaald. Maar... het antwoord mocht niet naar de Nes toegestuurd. Haar vingers brandden van verlangen zich te reppen. Ze loenschte strak naar de inslapende Aafje, als een pad naar een licht-fon-keling. Haar blik sloop over het uitgeputte lichaam van het meisje heen. Verschrikkelijk begonnen de lusten in Jet aan te woelen. Ze hijgde en voelde een wilde verontrusting. Maar sterk sprak ze zichzelf toe... Oppassen Jet!... oppassen! Met eigen vermaak is de zaak bedorven.
Jet's monsterlijke mond trok droog. Ze kauwde en be-zoog haar lippen voor zulk aas. Haar ziekelijke neiging schoot het dwalend gluren der oogen saam tot een waan-zinnig-begeerenden blik en ze voelde in de duistere diepte
Sjhat niks: deert niet.
9'