las
en ziek van woede dat ze het spoor van Corry kwijt was, repte ze zich de Nes uit, naar het station. Een papslinger, schold ze de meid. Nou had ze noppes! Zenuwachtig keek ze naar een kioskenklok. Ze moest zich haasten.
Tegen donker stond Jet weer in de smalle Nes, vlak voor haar woon, nu met een slank meisje bij haar, dat ze met bewakende bewegingen en heel zenuwachtig toesprak. Hier moesten ze wezen,... fleemde Jet weer met grijnzende vriendelijkheid en zoetsappige stem. Ze zou maar óploopen. Donker trapje hè? Deert niet. Als ze maar voor één avond geborgen was hè, dat de politie haar niet greep.
Ze suste zoetelijk en vleierig het meisje, dat huilde en telkens een zakdoek voor de oogen drukte.
— Was doch maar goed, dat ikke d'r sting hè?... lachte Jet, terwijl ze het meisje de molmzwarte, steile trap van haar woon opduwde.
De glibberig-morsige treden waren zoo smal, dat het kind telkens afstruikelde en op Jet viel. Vond ze heerlijk.
— Nou nie beve en nie bang wese poes,... nou zei je pas op adem kenne komme.
— De horrelosie van ... van vader ... heb ... heb ik gestole... stotterde met hikkende snikken het meisje er uit.
— Sjhat nie lievert,... fifa Ollandia!... Alles komp terecht!... suste Jet weer en meteen duwde ze zacht haar ״vangst" de kamer in.
Snel frommelde ze de gordijnen dicht en... floep!... daar zoog de vlam in het lampenglas. Dadelijk begon Jet lievig het meisje aan te spreken, op den schouder te kloppen en te bestreelen.
— Hoe heet je?
— Aaf je,... snikte het kind, den zakdoek in prangenden angsthuil voor de roodgeweende oogen bettend.
Nu zou Jet haar eens rustig in het licht opnemen.
Noppes: Niets. — Sjhat nie; hindert niet.