I 70 FRAGMENTARISCHE KRITIEK.
dat hij het grootste kunstenaarstemperament is dat wellicht ooit op aarde bestaan heeft onder de schilders. Velen zullen hem verdoemen, z'n werk rouw, slecht, excentriek, waanzinnig en kleurhysterisch vinden. Er is geen schilder van den nieuweren tijd, over wien zooveel krankzinnigs geschreven is, die zoo heftig afgebroken, zoo innig vereerd werd.
Voor mij is Van Gogh een der — neen de grootste scheppingsvoeler en kunstenaar van dezen nieuwen tijd onder de schilders. Zijn einde, even vreeslijk doorhuiverd van tragiek als heel z'n leven, heel z'n koortsig bestaan, als artist, is veel te vroeg gékomen.
O! hoe u iets, iets maar te zeggen, van wat er in deze ziel koortste, gloeide, vlamde en hoe 't óok in 'm zong, de heilige harmonie van zachte klanken, hoe de teederheid in 'm leefde, in dien zoo-razend-hartstochtelijke. Van Gogh wordt zoo dikwijls door z'n bewonderaars voorgesteld als de oerkrachtige schepper, die in 'n oneindigen drang maar bouwen wilde. Zeker, in 'n dramatisch levensbesef, 'n epische aanvoeling van natuur en mensch, heeft hij een groote synthese bereikt. Maargrooter dan z'n kracht, grooter dan z'n fantastisch geweld, ook grooter dan z'n woeste uitschatering van kleur, is z'n teederheid. Zacht als 'n zingende kinderstem onder den demonischen greep van dien zwoeger