I 70 FRAGMENTARISCHE KRITIEK.
in dit nummer enkele reproducties van z'n werken geplaatst worden, maar niet een der lezers, over 't sterkste aanpassings- en voorstellingsvermogen beschikkende, zal zich een juist denkbeeld kunnen vormen van den ontzaglijken kunstenaar, die ze schiep, van den gigantischen schilder, die in werkelijkheid zoo weinig schilder was.
Een bezoek aan deze tentoonstelling zal ieder lam slaan van verbazing en ontzag voor zoo'n koortsigen ijver, zoo'n konceptioneel besef en zoo'n titanisch willen. Hoe iets te zeggen in een kort woord over zulk 'n oeuvre, waardoorheen de stem van een god schalt, de haat van 'n demon giert en de zoete klankendroom van een dichterlijk kind murmelt.
Er wordt in ons land ontzaglijk veel geschreven. Iedereenisbijnaschepper enkritikus tegelijk. Men maakt en breekt reputaties. Men dekreteert, verwerpt of hemelt op. Men vreet geen literatuur meer, maar kritiek. Ook Van Gogh heeft rijkelijk z'n deel gehad van kritiek, minachtende en koortsig bewonderende, laf-scheldende, hoonende en afbrekende, maar ook vereerende. Van Gogh vereert men hartstochtelijk of scheldt men uit.
Zoo'n figuur is hij!
Niets kan je ten deele met hem doen. Je zult z'n groote fouten erkennen, maar mede vaststellen,