I 70 FRAGMENTARISCHE KRITIEK.
sensitief lyrisme, uitgaand van eigen aandoening en eigen sensatie.
Hoe zou hij Gorter niet verafschuwd hebben!
Maar Chateaubriand bewonderde hij, den man van het félst lyrisch subjektivisme!
De diepere verklaring van deze markante tegenstrijdigheid geven z'n bewonderaars nergens.
Voorzoover ik weet, is zij hun niet eens opgevallen.
Voor mij zit de oorzaak in Flauberts eigen dualistische natuur, romantisch en tóch klassiek.
Flaubert, schoon sterk de werkelijkheidskern der dingen verlangende te doordringen, voelde, dat hij, buiten de realiteits-perceptie, óók in zich had den hoogeren fantasmagorischen levensrhytmus.
Hij blokte, studeerde, lokaliseerde z'n studies en waarneming wel op klassieken grond, onderzocht daar als 'n koen-literair archeoloog; deduceerde daar als een natuuronderzoeker, maar z'n innerlijk visioen-leven liet hem evenmin rust.
Flaubert was in 't diepst van z'n wezen een romantisch dichter, zichzelf houdend voor een doceer-professor of medikus.
Laat men éven bedenken!... Flaubert begön niet met Madame Bovary, — dat werd hem voor een deel als stof opgedrongen, — maar met La Tentation de St. Anioine.