I 70 FRAGMENTARISCHE KRITIEK.
Heeft ze heroïsche redevoeringen gehouden? Beefde er een echte, diepe smartziel in haar stem ?
Neen, neen! Ze heeft den vulkanischen gloed van den volk'ren-opstand niet op zich voelen aanschroeien.
Ze was konservatief in hart en nieren, salonpraatster in eigen home, vettig zelfgenoegzaam.
Heeft ze den valen schrik nagevoeld van al de onder het valmes geschondenen ?
Heeft ze 't gereutel en 't doodsgeschrei der angstigen gehoord en heeft zij gestaard in de van dolle ontsteltenis gapende, roode oogen?
Heeft ze den waanzin van moeders en minnenden daarin zien dwalen ?
O! Heeft ze de uitscheuring van het Tijdge-beuren gehoord en geluisterd, in dood'lijke ontroering, naar den hevig demonischen kreet van het met bloed bespatte leven toen?
Madame De Staël zou een wezen van grootheid uit dezen schriklijken, rooden pracht-hevigen tijd zijn?
Het geweld, den dreun van den vuur-omgloei-den volk'ren-opstand, ... heeft ze 'm op haar ddn laten golven?
Zou in haar zich, welke soort schoonheid ook, van menschelijk heroïsme, van dwaze, maar