STIJN STREUVELS״ ׳MINNEHANDEL׳'. I39
van keuken, doorgeurd van smul en gebraad, doorscheid van jolijt, is met innigheid geschetst, en de levendige vervluchtiging van gerucht, zang en getier, omjoelt je de zinnen.
Breed-uit is gemaald het pandspel en z'n avontuurlijk verloop voor jongens en meiden, en overal, in iederen hoek, klinkt kus en zang.
De ooren tuiten ons, want Streuvels is een meester in 't weergeven van snaaksche vrijage-tjes en de kusmuziek heeft hij zonder partituur in den kop.
Max Vanneste is 'n deugniet. Anneke Meyers heeft hij dien avond verliefd op zich gemaakt.
Ze is 'n argeloos, zachtaardig en simpel-vroom meiske, zonder fortuin.
Max heeft haar den joelavond van huis gehaald en naar huis gebracht en met z'n oogen en z'n handen had hij minnaarstaai gesproken.
En, zij 't argelooze meideke, gelooft. Voor haar lost het heele leven zich op in Max.
Maagdekesminne, het tweede gedeelte van den roman.
Hierin het droeve en zachte, 't stille en mijmerende liefdeleven van Anneke Meyers, die na den Joel blijft peinzen in een stille verrukking over haar „liefde" voor Max. Maar langzaam, heel