STIJN STREUVELS״ ׳MINNEHANDEL׳'. I39
langzaam, leert ze inzien, dat het geen groote ernst was in Max, dat hij andere mooie meisjes even „geern" ziet. Daarbij komt een afsnauwend gebod van moeder Meyers, die niet meer hebben wil dat Anneke al haar innigste gedachte zet op lustige avondjes.
Plots zinkt 't geluk weg in vroom-simpel Anneke, leeft ze voort in droeve vereenzaming. — Ze ziet en hoort zoo goed als niets meer van Max^ maar in haar gedachten is alles voor den stout-oogigen knaap.
Maagdekesminne is een goed gedeelte in 't boek,. al is de inzinking van Anneke en de gehoorzaamheid geheel mislukt verpsychologiseerd. Mooi over 't geheel is 't van een fijne bekoring. Half idylle, half elegie, wordt in deze karakterteekening bewezen, dat Streuvels wel deugdelijk een goed psycholoog is, al blijkt in andere brokken weer die psychologie buitengewoon zwak en slecht.
Ook het onvermooide, niet-verromantiseerde, dramatische element in Maagdekesminne is zuiverder dan in z'n andere werken.
De romantiek van het idylisme is heel fijn verweven met den eenvoudigen werkelijkheids-min van het maagdeke, dat, al ziet ze een zeer klein hoekje van 't leven, vol zoetklankende liedjes en bombastiek van den rijmelenden school-
9