STIJN STREUVELS״ ׳MINNEHANDEL׳'. I39
luidruchtigheid is de visie van de landelijke vrijage Streuvels' oogen voorbijgetooverd.
Zijn Vlaamsch land, zijn gouden boomgaarden, de lente en den zwangeren zomer, gebloesem en gebloem, vrucht en geur, teelt en droesem herfstbrand en herfstvaalte, winter en maneschijn .... hóe heeft hij ze lief!
Maar overal 't jolijkende landvolk, rond de vruchtdragende of dorrende aarde, in het kolo-ristisch-innige en warme vurigheid van hun jongen levensbruis en leute.
Zang en klank, dans en beweeg .... maar te veel, veel te veel.
Tusschen de dansende voetjes der slanke boerendeerns, zingende hun zoetgevooisde liedjes, tusschen de dartele boerenknapen, met guitige en kussende, kakelende en lachende schalksch-heid gaat rond 't „abele verloop" der „leute". In hun midden vooral steekt uit Max Van-neste, de mooiste der knapen; witvellig, wangblozend en forsch, met bruinen haardos, wiens bruine oogen stralen wddr hij kijkt; wiens mond bijna altijd „spotmonkelt".
En als Max op den eersten ,/1W-avond 't liedje van de Liefde zingt, zijn de meisjes halfgek van genot en vurigheid.
Hij zingt in den kring, vol Kerstnachtfeestelijk