STIJN STREUVELS״ ׳MINNEHANDEL׳'. I39
III.
Toen kwam de eerste groote geestdrift bezinken, en 't bleek klaar als kristal, dat ook zij het groote leven in al z'n uitingen nog heel héél lang niet hadden vastgegrepen. En 't bleek, dat hun beschrijvingsmooi soms, en de frissche pracht van hun eigen ziel, de zeer veel andere gebreken niet konden vergoelijken.
Buysse bleef stddn ook na hun werk; Van Langendonck, Vermeylen, De Bom, ze bleven allen hun verdiensten behouden.
Alleen Gezelle stak boven hen allen uit, in sommige gedeelten van z'n werk, omdat hij het in zijn dichtkunst tot een ware levenséénheid had gebracht. Te hoog gesteld, te hoog geplaatst, ging óver Streuvels' wilde waardeering heen en weer. En nu nog ken ik een onzer grootste en gezaghebbendste literatoren in ons land, die niet meedoet met de eenzijdige bewondering van Streuvels' kunst; die hem ook lang zoo hoog niet plaatst als in de eerste opwinding gedaan is, wijl hij als epikus en dramatikus nog vèr van het groote blijft.
Toch kan, geloof ik, geen enkel tijdgenoot hem de plaats aanwijzen, die hij behouden zal.