89
der-moorddrift van Kaïn tegen herderbroeder Abel herleven kon, door de woedend-snorrende boogpees. De bruidsgeleiders en bruidsbeschermers tierden heet en dreigden middelerwijl; sloegen de beschubde beukelaars op de scheenbeenderen alsof ze trappelende wagenpaarden in oorlogsveld ophitsten. Zij verwensch-ten Sichema's zwierigen, toch schamelen, verschrikten vader met zijn anemoon-purperen kop; en haar wrang-vleiende moeder uit het Overjordaansche gebied. Zij beschimpten, de strijdhelmen uitzwaaiend, haar harte-roerende broeders en zusters en scholden op den vreeselijken Hebreeuwen-held, die hen hoonde en krenkte en zélf den zonnedienst in zijn verborgen liefde voor Asthoreth, de omsluierde godin van het nachtelijk gesternte, bezong. Zij dreigden, de Philistijnsche mannen, te zullen richten met recht; zij dreigden, dat zij het heele huis zouden in brand steken; dat de vlammen in Beth-Semes, nabij den Zonnetempel, nog zouden uitschijnen, als de hindevlugge Sichema hun niet, zonder grollen en aarzelingen, het raadsel te verklappen kwam.
Sichema beefde voor de donkere opwindings-woede der gastrechtschenners. Rillend verklaarde de Philistijnsche, dat zij evenmin den dieperen zin ervan bevroedde als haar tierende en geestdrijvende land-genooten.
In haar schrikoogen ontwaarden de zwaard- en helmen-zwaaiende woestelingen, het ongekunstelde van Sichema's rouwklagelijke bekentenis, doch toen schril