85
Abrahamietische stammen en erfrechteren in handen der Philistijnen had gegeven, hij besefte heimelijk weer zijn goddelijke roeping en heilig Richteren-ambt.
Zijn groot-donkere kinderoogen overstaarden zonder te zién, de ruchtige gasten van rondomme. Hij, man uit Zoreah, uit het geslacht der Danieten, hij had gansch een volk te redden en te richten naar zijn hoogste Godsgedachte. Herderskoning-aartsvader Abraham riep hem ... Sarah riep hem ... Hij hoorde het angstig-opgejaagde vee van Israël; de schapen blaten, de ezelen balken, de runderen loeien. De Almachtige sprak met hem in hemelteekenen en doorduizelde zijn droomen met een geweldig vuur en een geweldigen adem... De Allerhoogste zegende zijn daden en gedachten. Hij, van stof en asch, hoorde den Eeuwige spreken:
— Dit land zal ik aan u en aan uw kroost schenken ...
En Mozes' woord herklonk in zijn ooren:
— De Almachtige voert u een land in van wijngaarden, vijgen en granaten, amandelen en moerbeziën, van palmen en gouden appelen ...
Simson's oogen schroeiden als vlammen in zijn hoofd en door het wapperende git van zijn leeuwen-lokken schoot zonneglans. En hij zag den moedigen lach van Naphtalie, een volle broeder van Dan ... den lach van hun beider stammoeder Bilha ...
De onbesnedenen, Atargatis' aanbidders, met al hun wilde bloed-vermengingen van Jebusieten, Girgazieten