Simson de Godgewijde

Titel
Simson de Godgewijde

Jaar
1927

Druk
1927

Overig
1ed 1927

Pagina's
359



83

op het dwarspad tusschen woest kreupelhout en hooge ahornboomen. Daar ontwaarde hij het half-vergaan en uitgedroogd leeuwengeraamt' vol gonzende, door-een-wriemelende, wilde hommels en werkbijen, die argeloos-driftig, reinen, gouden honing in het roofdierrif saamgaarden. En schoon hij als Naziraeër geen dood aas roeren mocht, om zich niet te verontreinigen, proefde hij even, in zinsverbijsterende gedachten-vlucht. Toen hij bemerkte dat de honing zoo zoet was als uit de woestijne Judaea, brak hij eenige ongesplinterde raten los van het cadaver, welke hij meenam naar Thimnatha, met vage bedoelingen, onder een onverklaarbaar, toch innig gelukzaligheids-gevoel.

Op den eersten bruiloftsdag reeds schonk Simson zijn bruid, de boertzieke, ronkende of barsche gasten en zijn in-zieleangst-levende ouders, helder-gouden honing na den flonkerenden, maar troebelen schenkelwijn. Toen reeds was hem, al speelscher, door het hoofd gesprongen de gistende gedachte aan een dartelen raadselzin dien de etende en drinkende onbesnede-nen moeilijk konden oplossen, nu hij van zijn onmoed-willigen doodslag, zijn stout leeuwgevecht en van het geraamte-rif, driftig overwemeld van zwoegende bijen, niemand een woord gerept had. Al zijn ingevingen waren door den mond van den Eeuwige gesproken in zijn verborgen binnenste en door de Arke-cherubim, achter de tempelsluiers hem ingefluisterd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.