8o
en iedere letter onttrok zich aan onthullings-eer.
De oudste opper-bruidsgeleider, die telkens het woord had gevoerd als toetrooster en zijn besmachte min met Sichema, door den gehaten Simson, die donkere granietzuil van Dan, dien altaarschenner, zich ontstolen zag, zonderde zich 's avonds af achter de duistere binnenpoort, onder het zachte gewiegel van wuivende palmen en het bedwelmend geuren van lentebloemen. Hij hitste in toorn en brutaal verzet zich tot wrange daden op. Hij riep, als opper-aanklager en maaltijden-keurder, opgeruide, wrokkende manschappen van de erewacht, en vernielzuchtige vrouwen smonselend bijeen, doch het bleef wederomme een smartelijk pijnigen van de leeggedachte hersens; een machtelooze drang naar scherping van inzicht en aanslijping van vlijmend vernuft. Met innige overweelde-righeid wierden blindelings stam-toovenaren en zalvers uit kruidentuinen en starrentempels geraadpleegd, spitszinnige droomuitleggers in hun ondoorgrondelijk bedrijf gestoord, doch ook deze taaie hulp scheen vruchteloos; dreef steeds naar loos gezwets, vermoeiende raaskallerij en klonk angstvallig-zwak als het avondlijk geblaat uit schaapskooien.
De zin, de diepe zin van het raadsel ontging al de gasten, al de jongelingen-krijgers die zich schier een bezwijming mijmerden, ten koste van hun vreugdespel. Als zij 's avonds, Simson den Hebreeuwer in zijn roo-den, dofgloeienden mantelrok waaronder de naakte, kabelig-gespierde beenen zich strekten, het wierook-