335°
angst, half-schreiend in blinde vlucht Ramath-Lechi af.
Een hevige schok ging door de voorhoede-manschappen en de er-achter-opgestelde scharen met de vonkende schilden hoog, toen zij aanschouwden hoe de Hebreeuwsche reus zich speelsch-gewijs aan zijn boeien had ontkneld en rotsblokken ophief, om alles rondom zich te verbrijzelen. Tot de verwijderdste liniën drongen ontzetting en paniek d :or. Want overal ontwaarden de krijgers schrik en ontsteltenis, in stemmen, gebaren en houding. Steigerend-brieschende paarden en brullende kemelen; voetvolk, boogschutters en zwaardvechters woelden en wemelden in geraas en geblaas dooreen, in vrees dat Simson, de vuren-uitblusscher, ze allen onmiddellijk van de steile bergwanden d'afgronden in zou storten. Er klonk gegil, gekrijt en doodsgekerm, onder sidderenden angst voor Simson's alles-verbrijzelende reuzenkracht. De hoofdmannen zeiven sprongen uit hun stellingen, wisselden zinneloos van aanvalsplaats, terwijl een tetterend-schril trompetgeschal en dreunend tromgeroffel alzijds, van vleugel tot vleugel, van hoogten en uit laagten opklonk.
Simson, met een stem donker als het druischen der zee, dreef de vechters achter hun gewelfde schilden voor zich uit, velde neer of vertrad alles wat hem te na kwam ... Door een bijgeloovige en machteloos-makende vrees verlamd, riepen velen in godsangst:
— Hoor:___Simson's stem is als dreunend leeu-
wengebrul!... Hij bezweert ons!...