Simson de Godgewijde

Titel
Simson de Godgewijde

Jaar
1927

Druk
1927

Overig
1ed 1927

Pagina's
359



323°

roenen schel liet klinken op een majestueus teeken, en tegelijk alle vendelen en afgodsbeelden de lucht ingingen, bleef Simson in zijn ineengedrongen, vernederde houding, met de geboeide en opgezwollen armen en trillende handen, geduldig-droef staan, Zonder zijn lichaam te verroeren.

Uitzinnig, de donker-dolle oogen opengesperd van ontzetting, kreet Maacha toen:

— Tuchtiger uit Zoreah ... snorkende stamheld der Danieten die we allen van de kust zullen uitroeien, ... waarom richt gij u niet op en waarom zingt gij niet het Deborah-lied mijn gelederen tegen? ... Waarom valt gij niet in waanzin, als vroeger... gij die de kracht in u hebt van een god? ... Waar is nu uw Heer, de alverbrijzelaar? ... Kijk, het zweet stroomt langs je menschelijk lijf... of beeft je nu al voor een bijlslag van een mijner minste mannen, op je lokkenkop? ... Waar is toch je almachtige Jehovah, om je te verlossen? ...

Simson, even, richtte de zwaarmoedige oogen naar den Philistijn, maar zweeg en liet toen het hoofd weer zinken op de zwaar-hijgende borst.

Bazuinen rondom loeiden en op een handgebaar van Maacha, wierd Simson door een troep van honderd huurlingen, aan zijn polstouwen en armboeien, onder gierende en spottende krachtspanning woest naar voren en weer naar achteren gesleurd, tot vlak nabij de afgronden.

— Loopen kunt ge toch wel, hamer van Israël,... al

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.