316°
— Zij trekken uit de laagte op, van Etham!... Zie de luipaarden in schrik uit de kloven springen ...
Stormige rukken van angst- en vraagstemmen, bolderden tegen elkaar in:
— Mét Simson?
— Neen ... neen!
— Zie ... zonder den Daniet...
Speerdragers en slingeraars schreeuwden rauw van
•drift:
— Mét Simson ... mét Simson!...
— Ziet...
— Ziet mannen ...
— Hij loopt vooruit... hij is geboeid, de reus!
— Hij waggelt...
— De zwarte vuursteen vermorzelt onder zijn tred...
— Ziet mannen ...
— Hij bloedt!...
Abnaï kreet:
— Waar is Simson? ... Waar is de schenner, de verdoemde?...
— Dat Dagon hem foltere!
— Dat is Simson niet!...
— Het is de Hebreeuwer ,..
— Zie bogenspanner... zie zijn rooden rok ... één vlam!... Zijn leeuwenharen fladderen!...
Maacha en Rapha, met heel den keurtroep, stormden de breede rotsvallei uit, in slagorden. Aan den uitgang grepen de officieren hun paarden uit de