314°
— Hier... die vervloekte Hebreeuwer!
— Snijdt hem den neus af!
Maacha overdonderde hen allen met zijn stentorisch geluid:
— Hij zal voor ons kruipen in het stof... deze ééne rebel uit lamgeslagen Israël... die ons uitdaagt en hoont... die onze goden beschimpt!... Wij geeselen zijn oogen blind met distels en doornen ..*
Krijgers, de slagzwaarden zwaaiend, al opgewondener riepen:
— Voor het front onzer troepen!...
Rapha luisterde als in een verdooving, het hoofd gebukt.
Maacha ontstak in nog heviger woede toen hij zóó versuft Rapha zag staan en schimpte:
— De tuchtiger uit Dan, door Rapha zoo roerend bezongen, zal hier voor onze voeten kruipen, de kreupele held, de smachteling naar Asthoreth, door Jehovah, den Alzegenaar verheven ...
En ineen weer zijn stem richtend over alle liniën en slagordenen, donderde hij in een gillende bezetenheid er uit:
— Mannen, heft hoog de lansen... zwaait uw zwaarden ... richt uw pijlen ... laat de strijdhameren suizen en de dubbele bijlen flikkeren, en zweert mij bij uw land en uw wapenen, eeuwigen ... eeuwigen haat aan Simson, den Hebreeuwer!...
Een oorverdoovend hysterisch haat-gebrul barstte los. In geestvervoerende razernij kreten de strijders: