3io
boeien hier voor onze troepen gebracht krijgen, als krachtlooze gevangene, de armen saamgewrongen, gelijk een verminkte slaaf? ... Het popelt en hongert in ons allen. Onze gehelmde wachters, hier op de hellingen en rotshoogten van Ramath-Lechi, zien als opgewondenen naar hem uit. Hoort, hoort de trompetten, de hoorns, de roffels onzer boodschappers ... Nadert hij nog niet uit de richting van Etham, deze vreeselijke Simson,... dit roofdier, half naakt? ... Is hij er nog niet, de reus? ... O, zie de dolle oogen der krijgers! .. Duizend gewette lansen, messpits, staan gereed; duizend schilden blinken en schitteren... Zij willen hem krenken, de manschappen en hem verminken, gelijk Simson hun broeders, hun zoons eens kreupelsloeg. Zij willen hem de duimen afhakken, smadelijk ontmannen of de oogen uitstooten... Zij voelen zich in hun recht. .. Zwaait de knotsbijlen, richt de slingers ... zij wanen zich in hun recht...
Weer van alle kanten galmde geroep door de lucht: • — Hoofdman!
— Zwaai den strijdhamer!
— Maacha, dappere... dood hem!
— Bevelhebber!
— Een verrader is Rapha... Hij beschermt de vervloekte Hebreeuwers!...
— Maacha, luister... luister niet meer naar dien overlooper!
Geschimp, gescheld, geraas klonk al wilder en dreigender uit duizend monden; nu ook uit kloven