3c6
zag en hoorde niets van alles wat hem omringde, zelfs niet van de schril-krijtende, blauwzwarte kraaien die ontsteld boven de krijgers uitzwermden.
Maacha, wrevelig bij de verhalen van den boog-schutter-met-den-ringrok, onbevredigd en opgejaagd bij het verhaal van Godolam, bleef onder het vertellen van Rapha betooverd en geboeid luisteren. Eén oogen-blik vergat hij zelfs Ramath-Lechi en het doel... Simson's vangst! De krijgers hoorden tusschen signalengeblaas en tromgeroffel, zonderling bekoord en bedwongen door Rapha's stem, mee.
Zacht ging Rapha voort, terwijl hij zijn rond-stalen schild nu vast weer in de״, greep omknelde:
— Neen, nooit heb ik Simson onder waanzinstuipen en krampen, schrikachtig in onmacht zien vallen, betooverd of bezeten door afgrijselijke monsters .. . Wel was hij altijd heel vroom en sprak de Hebreeuwer met grenzenloozen eerbied van zijn Eeuwige. En wel, in een hunkerende teederheid, sprak hij van zijn moeder en van God's seraphynen ... Maar nimmer zag ik hem in angsten opgejaagd door geheimzinnige duivelen of bezeten door booze schepselen . ♦.
Opperaanvoerder Maacha uit Jamniël rekte hoog het reuzenlichaam in zijn blinkenden gordel. Zijn koperen schubben-pantcier scheen in de zon één loutere vlam en zijn gouden oorringen flonkerden vuur af.
Ook door de krijgers-gelederen ging gegrom. Huurlingen, navelnaakt en wild, vloekten en scholden;