309°
houdt in uw stootspeer en uw zwaard... Ik ben geen verrader!... Ik ben uw strijdbrocder ... maar ik zeg hier wat ik zeggen moét,... om tegen hem dien ik liefhad rechtvaardig te zijn!... Simson is geen prooi van duivelen. Simson is geen dom gewrocht van booze en duistere machten. Hij is ontzachlijk en weergaloos, deze Simson. Wij allen zijn gering en als schaduwen naast zijn wezen ... Wij speelden tezaam op de hooge bergen en plukten tastende de gedoomde myrrhe en sneden grillig den duaïm. Wij vochten in de kloven en spelonken. Wij zwierven over de heuvelen en langs de zee. Wij speelden van den ochtend tot den schemer tezaam en soms zelfs dwaalden wij de nachtelijke woestijn in. O, mannen van Philistaea, ik heb waarheidsliefde genoeg om vreesloos uit te roepen: Simson is een held gelijk er nooit een was ... een die nimmer snoeft op zijn vermetelen moed. Simson, in bezieling, durfde alles en zijn ongetemde kracht is van zijn oppersten Heer. Hij heeft een goddelijke heldenkoenheid en zijn ziel toch is vol schroom en teederheid. O mannen, wat een mensch, uw vijand, uw verafschuwer!... Vroeger, heel veel vroeger kende deze Hebreeuwer geen haat tegen Philistijnen of ,Ammonieten. Zij waren hem allen één, knapen uit Judaea, uit Dan, uit Philistaea, uit Ammon of Amalek. Hij vocht voor ons allen en beschermde ons allen met roerende onzelfzuchtigheid! Hij begeerde alleen rechtvaardigheid en hij was zoo goed,... zoo diep hartegoed, de verwoester en aanvaller uit