286°
Nu klonk scherp een sombere drift in hoofdman's stem:
— Waarom zwijgt gij, Rapha? ...
Alle troepen-officieren drongen woest en dreigend naar voor, richtten speren, hieven lansen en zwaaiden de flikkerende zwaarden.
Eindelijk overwon Rapha zijn schroom; wrong hij zich uit een booze betoovering. Hij liet werpspies en schild machteloos zakken langs de gevlochten kleur-koordjes van zijn wapenrok. Aarzelend sprak hij met een verlegen, bijna behaagzuchtig lachje om den fijnvrouwelijken mond:
— Dappere hoofdman,... wel wil ik vertellen van den gouden triangel.. . van de gouden bellen .. . van de gouden vaten ...
Weer raasden stemmekreten uit en klonk er dwarrel-geroep:
— Hoofdman ... Rapha is een dichter .. .
— Hij schiet met tooverpijlen ...
— Hij maakt tooverzangen en gedichten!
— Op de slachtingen van zijn stam ...
— Op Astarte ...
— Op Baal-Zebub!
Een Midianiet kreet heftig:
— Op kemelen, paarden en wagenen en het onge-broeide vlas der armen ...
Opnieuw wenkte de hoofdman toornig en grommend zwegen de opgewonden manschappen.
In de breede rotsige vallei gonsde zware stilte*