285°
Vraag ik u ossen en runderen te voeren?..,
Een wild gekrijsch klonk uit het hoofdkwartier op. Alderlei stemmen botsten en buitelden warrelend tegen elkaar in.
— Rapha...
— Rapha uit Thimnatha ... spreek!
— Hoofdman ... Rapha, de jonge krijgsheld ... hij kent Simson zooals geen der Kerethim ...
— Hij!...
— Hij alleen!...
— Alléén hij!...
— Hij is uit den stam van Sichema ... de gehoornde slang!...
— Een neef van Sichema ...
— Hij maakte strooptochten in Judaea .. .
— Hij heeft de heilige ruimte van hun tabernakel gezien!...
— Hij weet van al Israël's leugen, bedrog, toove-rij...
— Hij heeft de arke gezien en den vuurgloed die uit de seraphynen-monden sist...
Met een driftig-snellen speerwenk legde de aanvoerder zijn opgewonden manschappen uit Aschdod, .Askalon en Ekron weer het zwijgen op en bijna ontdaan nu, vroeg hij den jongen krijger:
— Waarom die aarzeling, Rapha? ...
Rapha's speer trilde in zijn bronskleurige hand. Ook de rand van zijn stalen schild scheen te beven; -doch zwijgen bleef hij.
Simson. 19