Simson de Godgewijde

Titel
Simson de Godgewijde

Jaar
1927

Druk
1927

Overig
1ed 1927

Pagina's
359



384°

goudgloeienden helm was het ovaal van zijn disteldons-zacht gezicht uitgesneden, bronskleurig, fijn als van een tengere vrouw, waarin duistere dwepende oogen overvurig schitterden. Maacha, de hoofdman uit Jamniël, keek verrast. Wat?... Zou Rapha, zijn vreugdebode uit Thimnatha, zou deze jonge, zijn geliefdste aanvoerder die zoo vrouwelijk leek met zijn geborduurden wapenrok en haarband, maar die onverschrokken en voortvarend als geen zijner wreed-woeste en ruwe mannen, op verre strooptochten naar het Overjordaansche, zijde aan zijde met hem te strijden kwam, hunkerend naar de aanvalsignalen,... zou dié met Simson zijn omgegaan, terwijl hij er nooit een woord van had gerept en ook nu weer beschroomd bleef zwijgen tusschen al de ophitsende, angstaanjagende praters en vertellers van Hebreeuwer's visioenen en zijn weerwolfachtige duivelarij? ...

— Hoe, Rapha,... vroeg Maacha in schuwe onthutsing, geërgerd maar ook getroffen,... gij .. . gij kent Simson, den Hebreeuwer? ... Gij kent hem beter zelfs dan Godolam uit Gath? ...

Rapha lichtte onder den helm het fijnvrouwelijk gelaat naar den bevelvoerder stil-triumphantelijk op en boog. De dweepoogen schitterden peilloos-donker. Toch bleef hij zwijgen, met een angstigen aarzelingstrek om den kleinen mond.

Al verbaasder en bijna woest vroeg de hoofdman weer:

— Bij Dagon,... is uw tong verlamd Rapha? ...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.