231°
hij was waren de duivelen, ... klonk gegil en gereutel.. . Waar hij was daar waren booze geesten... Waar hij verscheen rook het naar bloed en geschroeid vleesch en ontstonden onzegbare schrik en vrees ... En hij beschimpte onze wichelaars, onze raadgevers en goden ...
De hoofdman plots onderbrak hem:
— En Asthoreth? ...
— Asthoreth? ... De Hebreeuwer zwelgde en hijgde als hij met haar sprak, hoofdman ... Onzichtbaar verscheen zij den man Gods ... O Asthoreth... Asthoreth in de lente... Dan scheen de maan, 's nachts, en dan kroop hij onder haar beeltenis en tooide hij zich met den bloedrooden granaatbloesem... Dan wrong hij zijn reuzenlijf in aapachtig-wulpsche bochten en zijn oogappelen draaiden het wit uit. En dan ineen weer stond hij rillend en naakt en kreunde hij als een gegeeselde, dat hij onrein was . .. onrein;... dat hij een lijk had aangeraakt... een lijk ... Dan barstte hij in snikken uit en vervloekte zijn wellust...
De Hoofdman, bleek, beval:
— Zwijg verder ... laat nu Achaba spreken ...
Achaba, een jonge zuid-Hethietische krijger, geweldig voetboogschutter, rekte zich hoog en stak de onverhoeds gegrepen lans van een wapendrager, de lucht in. De hoofdman salueerde met een lenig speergebaar terug. De Hethiet sprak kort en beslist:
— De goden behoeden u voor het booze oog!...