256°
rooverachtige heldendaden, — overzag uit de valleidiepte de verrijzing van vendelen en standaarden met de goden-gedaanten tegen de helle zonnelucht en liet zijn puntgiftige speer aarzelend zakken. Dadelijk bliezen herauten en oorlogstrompetters van hellingen en hoogten het signaal, alsof de Judaeërs zonder Simson naderden, achter het vlijmend gehinnik van oorlogspaarden.
III
Grimmig-wreed en onbeheerscht-wraakzuchtig sprak de troepenleider Maacha tot eenige officieren, die in woede-haat tusschen hun Assyrische handbeukelaars met kromme houwzwaarden wild manoeuvreerden:
— Deze Simson . .. deze vernielende Hebreeuwer, nog nimmer gewond door een pijl of een bijlslag van een Philistijn; die geen druif eet en geen geriemde sandalen draagt; ... deze vergruizelaar, vermetele Philistijnen ... is door duivelen bezeten!... Hij valt in waanzin ...
De officieren van lageren en hoogeren rang, toch allen onder bevel van den opperhoofdman uit Jam-niël, schreeuwden mee, terwijl de lansdragers onder hen geestdriftig-uitdagend de spiesen de lucht instootten:
— Zoo is het!... Door de duivelen is hij bezeten, de langharige ...