251°
— Wij binden u alleen armen en handen ...
— Dat zweren wij, Simson ... bij d'Almachtige!...
Toen, als in droom-duizeligheid, daalde de reus
van de spelonke langs de bij vlagen schrikwekkend-belichte rotsmuren af, naar het dal der smokerig-laaiende toortsen, waar hij onder zwermen mannen van Judaea, door acht herculische slingeraars gegrepen, 4 met zwaar-gevlochten touwen, gelaten, armen en handen zich binden liet.
Zacht mompelde Simson voor zich uit, onbegrijpelijk:
— Leidt mij heen ... acht vette tarwearen op éénen stengel!..,