»54
— Klinkt op ... klinkt op koperen bazuinen, en schalt als een godsgericht door den donkeren nacht. Verdooft met uw heldenrumoer, de ooren van slaapdronkenen en beangstigden ... Steekt op,... steekt óp de hei-schetterende trompetten, mannen Gideons ... richt den klaroenklank uwer zilveren hoorns door den donkeren nacht... Slaat te gruizel de kruiken, mannen Gideons,... een leger van tienduizenden lijkt te naderen achter den dreunenden stap van driehonderd krijgers!.., Ziet, Jehovah's toorn is als een vuur... Ziet ze in angst en verwarring vechten in hun tenten, de doodgeschrikte Midianieten, onder de mistige heuvlen van Moreh . .. Ziet, in dolle paniek en duisternis verminken zij malkander als vijanden!... Hoort het gekerm van vluchtende gewonden.Brandt op, brandt op ... o fakkelen ... verblindt oogen van verraders van eigen volk!... En brengt nieuwen gouden buit bijeen, voor een nieuwen Ephod te Ophra!...
Simson, hevig aangegrepen, weg in zijn droomgezicht, als hoorde hij klaroengezang in den nacht,, zonk uitgeput, half wezenloos tegen de rots terug, terwijl ónder hem in het dal, de Judaeërs van schrik en verstommende ontroering hun waapnen lieten vallen en sidderend bijeendromden.
Nog verwachtte Simson;... verwachtte hij groot-dadigheid der Judaeërs. Maar na angst-rumoer eerst, bleef alleen ontzet zwijgen gonzen in de stilte van het rotsgesteente te Etham, waarvan de roof-