253°
Een oogenbiik toefde Simson's adem. Toen klonk vlijm zijn stem weer:
— Kom Judaeërs, laat dan de koperen cymbalen opklinken vóór de tempelmuren... Maar uw granaatappelen worden wormstekig en uw zomervijgen verschrompelen! En uw koorn verhagelt en uw vee vermagert, wanneer gij uw vijanden afwerpt,... wanneer gij vecht voor uw vrijheid!... O Godbe-zielde Gideon, man van Ophra, temmer, bestormer van Baal, in-'brandsteker van gewijde bosschen,... die kwam opdagen met het verwoestende geweld van den oostenwind,... o slachter van altaarstieren ... heilig strijder tegen Midian... heilige koorn-dorscher,... zie op uw verachtelijke nazaten neer, op deze bevende afgodendienaars... op deze af-likkers van handen die hen doodgeeselden!... O Gideon, Jerubbaal, onverschrokkene,... door den geest van Jehovah opgejaagd,... Gideon, met uw heldenschare,... ik hoor weer de opstandingsstem uwer loeiende bazuinen,... ik hoor weer het oor-irenkend breken uwer kruiken!... Ik zie weer, door den nacht, trillend over het gebergte Gilboa uitgespannen, den gouden brand uwer walmende fakkelen en ik hoor uw mannen-helden, uw woest-heilige horden, zingend verkondigen naar den Midia-nietischen vijand in de vlakte Jizreël...
— Voor den Eeuwige en voor Gideon!.,.
Sinison hijgde en plots klonk zijn stem als een
geestdriftig gezang:
Simson. 17