247°
vah's?... En nu ... nu,... hoorde hij; ttitóm dta: geschreeuw en geschimp van duizenden onrifeswrafpe-nen, die hem in zijn alleenheid met waapnemHssihBg*־ den...
Met ontzachlijk klankgeweld plots, klonk SSmfism'S: stem naar de Judaeërs:
— Lafaards ... lafaards ... Gij allen, nietrwaKfr......
wilt met vrede in de ziel, tot uwe Vaderen; ggaar/, cüe-eens de goddelijke openbaring op Sinaï aanHoanttm, en tegen de Canaaneërs zijn opgetrokken??...... Ws*
raders van en saamzweerders tegen uw/ eigan «ciii־ ter!... Wilt gij mij uitleveren, mij, doadiiiantljatf Maar ik ben tóch een uit üw eigen merg emtitóssHP......
Ik ben toch een strijder van het OpperwMSïij, d±8is wereldbestuurder; een strijder die eens ggreUttóliHe; belofte volbrengen moest tegenover zijn; veafeiaag^ volk-van-Jehovah, ontwricht en verzwakt;vaanlÜtaBstb:; Zee tot Libanon ...
Het dalrumoer gromde en stomde ontzet:. Saitdjl, doorkrampt van schril-smartelijke ironie, sp!aJt£eSim> son nu snijdend van stemme weer, smarteéijj&ZtcH: afscheurend van zijn eigen hoop:
— Waar zijn toch uw teedere eet-gescHenMenj, u»! schapen met vette staarten, voor de onbesiredtaeaii, o vrijgevige en buigende Hebreeuwers, vocmHUSBamit: en Dagon? ... Vermalen hun kaken nog nitétgjawisgi» o verdelgende Judaeërs?... Wilt ge de BHilisitjjieaj:; ook mijn Danieten-bloed laten inslurpenj, mijju Danieten-spieren laten verslinden en mijmbfemdtestt: