245°
gram!... Wij zijn als Bileam ... trage zielen ... Wij willen u vloeken... en onze monden zegenen u ... Hier, in dit wilde rotsgesteente ...
— Zwijg toch ... zwijg toch!... overdonderde Aharon den dwependen Oreb,... wij kennen geen vrees voor het zwaard met twee scherpten... Wij eischen alleen gedweeheid, onderwerping aan onze overheerschers, nu de vaste aarde onder onze voeten beeft... Wij, Simson, mannen uit Judaea, honderden honderdvoudig, zijn gekomen om u te binden en om u aan de Philistijnen, die u hardnekkiglijk vervolgden, u in onze bergen, kloven en valleien zoeken gelijk hyeta's een bloedspoor ... over te leveren ... Woed niet rond als een gedrocht en breng geen slachting onder ons; verniel ons niet als hagelsteenen het koorn!... Laat niet wraakgierig, bloed van eigen volk vloeien. Geef u over, Simson, opdat wij u de handen slechts kluisteren, gelijk Derceto uw zinnen doet... Wij hebben onze schattingen alle, alle betaald. Wij willen geen verdere bezoekingen, geen kluwen van lasten, verraad, ophitsingen en bedreigingen. Wij wilen rust, vrede en geen brand, geen moord, geen doodslag meer!... Wij luisteren niet meer naar de schallende bazuinen van een Ehud, op het gebergte Iphraïm! Ook gij, Simson, zijt een kermende rebel. Vij willen geen held uit den stam Judaea en geen aaivoerder uit den stam Dan ... Wij zijn beu van alle gevechten. Wij willen het land stil... Wij willen •nzen oogst niet met vernietiging