232
Heere aan, die had verklaard:... ״Ik ben Jehovah, uw God".
— Verhoor, o Eeuwige, Uw knecht, zinneloos van wrok en smart, die eigen bloed over zich heen liet gaan,... Uw knecht, die U allerwege na zal wandelen. Verhoor hem, Godgewijde, in zijn vermurwend geween, op Uw heiligen zetel. Sela!... Geloofd zijt gij, Eeuwige onze God, Koning van het heelal, Schepper van al de vruchten der aarde en van al de levenskiemen!... Ziet mij hier, o Heer, in deze eenzaamste wildernis van valen steen en roode rots, in de zonne gloeiend gelijk heet ijzer,... als een ellendige, een jammerende. Met gescheurden mantel ga ik rond, opgejaagd de gepijnigde, schuwe ziel en bevend voor Uw vonnis! Ik reet mij de kleeren, uit rouw over de Philistijnsche,... maar ik wil eer nog mijn bang gewond hart scheuren, uit rouw over mijzelf, omdat ik in tartende driften, door onkoelbare lusten gekweld, U Eeuwige mishaagde!... Wat is mij mijn bijtende en snijdende smart, o Barmhartige, want wat deed ik voor Uw glorie? Mijn liefde-begeerte wekte in mij verdwazende ontheiliging en razernij. Ik verminkte en volbracht bloeddaden. Maar Sichema, die ik met onkuische ziel en lijfelijken wellust begeerde, zij leeft niet meer, al wreekte ik mij op de Philistijnen en brak ik hun dom en opgeblazen geweld!... Al vernietigde ik heel Canaan en al zijne afgodische zwerfvolkeren... en al sloeg ik te gruizel al hun muren van klei,... breng ik daarmee een lévenden