214
steppe Negep, overwonnen de veste Bezeg en hoorden Jehovah's bevel:
— Wreek met wraak!...
Zij hieuwen koning Adoni-Bezeg, die zélf onmen-schelijk, honderden Hebreeuwers gemarteld en zeventig vorsten verminkt den hongerdood prijsgegeven had, duimen van handen en voeten af. De mannen van Judaea en Simeon staken, met ongeteugelde woede, steden in brand en sloopten barsche ringmuren. Wreek met wraak!... De Judaeërs en Simeonieten vochten, onder gevoel van stam-eenheid, als verbitterden, getergden en neergetrapten, en drongen vermetele ruiterij, ijzeren slagwagens, geheimden en gepantser-den als bezetenen terug.
Doch telkens dreigender, in grouwzaam oorlogs-verderf, stonden tegenover hen, mannen van het rotsgesteente, wilde herdershorden uit het zuiden van Transjordaan; al versloegen, in moorddadigen krijg, Judaeërs en Simeonieten voor een pooze de inheemsche bevolking en knelden zij tusschen hunne landspalen, Askalon, Gaza en Ekron, gesteund door goddelijke almacht.
In benarde en verslapte tijden weer, stonden tegen de broederstammen op, in blinkend oorlogstuig, eed-schennende mannen van Aram Naharayim uit het Noorden en de bloedbegeerige mannen van Moab uit het Zuidoosten, nabij het gifstille water der Doode Zee en de zwarte bergwanden. Met al dezen tezaam streden d'Ammonieten en de Arabieren en ook de