193
van alderlei volkeren, hemel-ijle, doorschijnende Tsi-donische sluiers, en in hunne luidruchtige en rijk-levende steden gloeide de heerlijke zwarte, violet-lichtende en bloed-glanzige pracht van het oude Tyrische purper, het argamon, uit d'opgevischte schelpenslak van het Cythera-eiland en den Peloponnesus, gewonnen. Uit het blanke, flonkerend-witte kustzand van Akko tooverden de Syro-Phoeniciërs waterklaar glas, of alkleurig-gegist, dat vervoerd wierd van Gebal naar onbekende waereldoorden. Niéts bleef er onbereikbaar voor den jagenden ijver, het handelsgenie, de ontzachlijke vernufts-rijkheid van Canaanietische Phoeniciërs aan de westelijke kuststrook, tot Aryath, in het noorden toe. Zij wrochtten wonderlijke cieradiën, hemelsblauwe kleedingen, grillige nabootsingen en oorspronkelijke scheppingen van Assur, Aram en Aegypte; oorhangers, halsketenen en vingerringen van velerlei metaal en edelsteen. Zij verbaasden de kinderen van Israël en de kinderen der rond Thabor zwervende Kenieten uit Caïn's bloed en de Rechabieten, herders en schapenfokkers gelijk zij, van uur tot uur, met hun schoone smeedkunst, hun gegraveerde bekers, hun amuletten van goud-barnsteen, hun maliënkolders van staal, koper en ivoor; hun beukelaars van goud met zilverranden. De Phoeniciërs en de verbondene staten overrompelden de kinderen Israëls met diepzinnige en symbolische wijsheid, die zij meebrachten uit allerverste landen; nog rijker dan hun zichtbare warenstapels; dan